|
Genetica
Interacties tussen allelen
Hier worden de invloeden die verschillende allelen op elkaar hebben binnen een locus besproken. Ook volgt er een kleine uitleg over geslachtsgebonden eigenschappen en een kleine aanwijzing over gekoppelde eigenschappen.
Dominant en recessief
In het in de introductie genoemde voorbeeld voor de B-locus wordt het b-allel overschaduwd door het B-allel. Kijken we naar de combinaties voor de B-locus, dan vinden we de volgende mogelijkheden met bijbehorende kleuren:
 |
| Genen |
Kleur |
 |
| BB |
Zwart |
| Bb |
Zwart |
| bB |
Zwart |
| bb |
Bruin |
 |
De aanwezigheid van een B-allel maakt het effect het eventueel aanwezige b-allel geheel ongedaan. We noemen het B-allel dominant en het b-allel recessief.
Intermediaire erfelijkheid
Sommige allelen werken op een gen als een soort verfdoos; des te meer van deze allelen aanwezig zijn des te sterker het effect. Bij dieren zijn er niet zoveel voorbeelden van te vinden, maar waarschijnlijk zullen enkele eigenschappen met een glijdende schaal (bijvoorbeeld melkgift, schofthoogte, etc.) gedeeltelijk op dit type verhouding tussen allelen berusten.
Incompleet dominant
Als het effect van één dominant allel niet het recessieve compleet overschaduwt dan noemen we het 'dominante' allel incompleet dominant. Een (niet perfect) voorbeeld is het Merle-gen, waarbij mm het normale beeld geeft, Mm geeft het Merle effect (verdunde vachtkleur in een willekeurig patroon) en MM het volledige effect (vaak witte honden, die blind, doof en/of steriel zijn).
Co-dominant
Naast de verhouding dominant-recessief is er ook de situatie dat er op een locus allelen kunnen voorkomen die elkaar niet beïnvloeden. Een bekend voorbeeld hiervan zijn de bloedgroepen (ABO-systeem) bij de mens.
 |
|
Allelen
|
Bloedgroep
|
 |
|
AA
|
A
|
|
AB
|
AB
|
|
A-
|
A
|
|
BA
|
AB
|
|
BB
|
B
|
|
B-
|
B
|
|
--
|
O
|
 |
Een dergelijk vredig naast elkaar bestaan van allelen wordt co-dominantie genoemd.
Geslachtsgebonden eigenschappen
Hiervan bestaan twee vormen:
- Geslachtsbeperkt.
- Hiervoor geldt dat ze alleen tot uitdrukking kunnen komen bij een van de geslachten. Bij honden moeten we dan bijvoorbeeld denken aan de melkgifte (dit is in vrij grote mate erfelijk!). Deze eigenschap kan eenvoudig weg niet bij reuen worden bekeken.
- X-chromosomaal.
- Als een eigenschap op het X-chromosoom voorkomt, werkt dit bij een vrouwelijk (zoog)dier net als een eigenschap op een gewoon chromosoom. Bij mannelijke (zoog)dieren komt maar één X-chromosoom voor, zodat recessieve allelen niet verduisterd kunnen worden door een dominante tegenhanger. Dit effect komt voor bij enkele erfelijke aandoeningen. Dergelijke aandoeningen lijken meer voor te komen bij mannelijke dieren, aangezien vrouwelijke dieren met zo'n gen het niet vertonen als ze ook nog een dominant (normaal) allel hebben. In symbolen: vrouwtje: Vv, mannetje: vY
Koppeling van eigenschappen
Diverse malen is waargenomen dat bepaalde eigenschappen wel aan elkaar gekoppeld lijken te zijn. Echter het bleek niet in 100% van de gevallen zo te zijn. De verklaring hiervan bleek te liggen in het feit dat de loci voor deze kenmerken zich op hetzelfde chromosoom bevonden. Kreeg een nakomeling een chromosoom van moeders kant dan kreeg het een bepaalde set (gekoppelde) eigenschappen en van vader een andere set.
Dat de regel niet in 100% van de gevallen opging bleek later te liggen aan het fenomeen 'crossing-over', wat we later zullen bespreken.
Copyright © 1998-2010 Jigal van Hemert & Danielle Boshouwers
URL: http://www.bordercollies.nl/dgendom.shtml
This page last modified: Wednesday, 30-Jul-2008 16:44:20 CEST
|